© 2023 by Annex. Proudly created with Wix.com

  • Grey Twitter Icon
  • Grey Facebook Icon
  • Grey Google+ Icon
  • Grey Instagram Icon

Onderzoeksmethode

Voor ons onderzoek hebben wij de methode ‘Design Thinking’ toegepast. Wij hebben voor deze onderzoeksmethode gekozen omdat hierbij de eindgebruiker centraal staat, in ons geval de bewoners van het Wijndaelercentrum. In de eerste fase van Design Thinking, ‘empathize’, hebben wij ons dan ook veel op deze locatie bevonden om met de bewoners in gesprek te gaan om zo achter de wensen en behoeften te komen. Ook hebben wij in deze fase observaties gemaakt en deskresearch gedaan. Dit was voor ons de belangrijkste fase.

 

De informatie die uit de eerste fase is gekomen is in de tweede fase grondig geanalyseerd, deze fase noemen we ‘define’. In deze fase hebben wij een probleem gegenereerd en een probleemstelling geformuleerd. Nadat deze vaststond hebben wij vast nagedacht over de ‘Hoe kunnen we’ vraag, die ons weer brengt bij de volgende fase.

 

Tijdens ‘Ideate’ hebben wij de ‘Hoe kunnen we’ vraag omgezet naar verschillende ideeën die wij allen onder de loep hebben genomen. Na een lange brainstorm en het pitchen van die diverse ideeën, hebben wij er één uitgekozen die we graag zouden willen testen in het Wijndaelercentrum.

 

Hier hebben wij uiteindelijk een prototype van gemaakt. We zijn nu in de ‘prototype’ fase. In deze fase ga je je idee vormgeven. Het prototype moet testbaar zijn en de resultaten meten die je nodig hebt. Een prototype hoeft dan ook niet een weerspiegeling van je uiteindelijke idee te zijn, maar deze moet wel hetzelfde effect hebben.

 

In de testfase hebben wij getest welk effect ons prototype heeft op onze doelgroep. Zo konden wij precies meten wat wel en niet werkt en welke reacties er zouden ontstaan, wat ons steeds dichter bij de ontwerpoplossing bracht.

 

Het originele plan was om alle fasen van Design Thinking te doorlopen in vijf maanden, maar omdat het ons een beter en passender idee leek om meerdere concepten te testen, hebben wij ervoor gekozen om ‘SCRUM’ in ons project te hanteren. Dit is een projectmanagement methode waarin je meerdere ‘Sprints’ doorloopt. In een Sprint zouden wij alle fasen van Design Thinking doorlopen, maar dan in twee weken. Zo zouden we tot meerdere ideeën en prototypes komen die dan weer getest konden worden, waardoor we een beter beeld zouden krijgen van wat wel en niet aan zou slaan bij de bewoners.

Sprint 1

Na onze eerste echte SCRUM meeting op 14 maart zijn we aan de slag gegaan met de sprint uitwerken. We zijn wederom begonnen met de Empathize fase. In deze fase zijn we veel naar het Wijndaelercentrum gegaan om onderzoek te doen. We zijn veel in contact gekomen met zowel bewoners als medewerkers van het verzorgingstehuis. Iedere week zijn er weer tweetallen naar Den Haag gegaan om onderzoek te doen, een probleem vast te stellen dit voor te leggen aan de groep. We zijn tijdens deze sprint tot de conclusie gekomen dat er meerdere problemen zijn waar we een oplossing voor willen vinden. We hebben uiteindelijk gekozen om in te gaan op een aantal problemen.

 

Een van deze problemen is dat veel ouderen moeilijk hun emoties kunnen uiten. We hebben ondervonden dat het belangrijk is voor hen om te leren hun emoties te uiten en hier mee om te kunnen gaan. Ook merkten we bij verschillende activiteiten waar we aan deelgenomen hebben dat de ouderen wel met elkaar zijn, maar nauwelijks contact hebben met elkaar. Ook vinden wij het belangrijk dat ouderen hun creativiteit kunnen uiten. Meerdere bewoners hebben lichamelijke klachten, zoals trillende handen waardoor ze mogelijk niet snel een kwast of potlood pakken om iets te maken.

Na de problemen vastgesteld te hebben zijn we verschillende schetsen gaan maken voor een mogelijke oplossing. Na overlegd te hebben zijn we tot een idee gekomen om als prototype te gebruiken, namelijk samen schilderen. We hebben bij de IKEA een grote rol gehaald en hebben op school Zaanse huisjes erop getekend, zodat de ouderen deze in konden kleuren en eventueel zelf nog iets toe konden voegen.

Op 23 maart hebben we het prototype getest in het Wijndaelercentrum. We hebben veel positieve reacties gehad en zagen de demente ouderen tot leven komen. Er werd veel ingekleurd, maar ook bijgetekend door de bewoners. Een negatief aspect was dat er een onverwachte situatie plaatsvond waar een demente vrouw de verf in haar mond deed. Voor een volgende keer zullen we ons dus beter moeten voorbereiden op onverwachte situaties en zeker zijn dat het prototype veilig genoeg is voor de bewoners. Sommige bewoners wilden in eerste instantie niet schilderen en gingen later toch meedoen.

 

Al met al was het een geslaagd eerste prototype, maar kan er nog wel wat verbeterd worden. We moeten nog goed leren hoe de samenwerking met demente ouderen zo goed mogelijk kan verlopen. Na het prototype getest te hebben zijn we samengekomen om te evalueren.

Sprint 2

Op 26 maart vond onze tweede SCRUM meeting plaats. We hebben toen een nieuwe sprint en planning gemaakt. We hebben besloten om voor de tweede sprint een voelboek te maken. In die week zijn we twee nachten (in tweetallen) blijven slapen in het Wijndaelercentrum om te zien hoe het in de avond en ochtend op deze locatie is. We zijn toen wederom met veel bewoners en medewerkers in gesprek gegaan over het Wijndaelercentrum, de zorg en wat er beter kan.
 

De dag erna hebben we thema’s verzonnen en uitgekozen om te gebruiken voor het voelboek. Nadat we één thema gekozen hadden, namelijk het huis, zijn we aan het werk gegaan om dit onder te verdelen in verschillende subthema’s en de spullen die we hierbij wilden gebruiken. We hebben gekeken naar de verschillende spullen, als een spons, theedoek, koffiefilter, etc. en zijn de spullen gaan verdelen. Iedereen ging op zoek naar de spulletjes en heeft deze verzameld van de zolderkamer of gekocht.

Omdat onze sprint werd onderbroken door de seminarweken hebben we pas na deze twee weken alle spullen bij elkaar gelegd. We zijn per gevonden item op zoek gegaan naar een foto en verhaaltje of gedichtje die past bij het gevoel dat het item ons geeft.

Hierna is de opmaak van het voelboek gemaakt en zijn alle foto’s en gedichtjes samengevoegd. We hebben dit geprint tot een boek.

Na aan het prototype gewerkt te hebben kwamen we tot een nieuw idee om het concept te verbeteren. In plaats van een boek met stukjes van spullen erin hebben we gekozen om een mand te gebruiken voor de spullen en een apart boek met foto’s en gedichtjes. Zo konden we grote voorwerpen heel houden en zou het boek dicht kunnen en niet te zwaar worden.

We hebben besloten om elk object apart te testen bij de bewoners, om te zien welke voorwerpen bepaalde emoties oproepen en verhalen naar boven laten komen bij de bewoners. We wilden elk verhaal bij de objecten dan documenteren en de verhalen op een website zetten. Op deze manier worden anderen, zoals mantelzorgers er ook bij betrokken en kunnen meerdere mensen de verhalen lezen. De mooiste verhalen zouden we er dan uithalen en deze bijvoorbeeld één keer per kwartaal uitgeven in een boek. We wilden de website zo maken dat anderen ook verhalen over bijvoorbeeld hun demente ouders zouden kunnen delen. Zo zouden we diverse verhalen binnen krijgen over de objecten, de emoties die bij het zien van de voorwerpen naar boven komen en herinneringen van vroeger.

Na nog een overleg hebben we besloten om het boek te schrappen. We hebben de mand met spullen gevuld en wilden daarmee naar het Wijndaelercentrum gaan. Na met Mira gesproken te hebben zijn we tot de conclusie gekomen dat we deze test erg voorzichtig uit moeten voeren. We wilden graag de spullen meenemen en vragen of ze het herkennen om zo bij herinneringen en verhalen van vroeger te komen.

Op donderdag 26 april hebben we verschillende objecten getest. We hebben de bewoners verteld dat we de koffer gevonden hadden en niet zo goed wisten wat er allemaal in zat. We vroegen de bewoners om hulp om erachter te komen wat elk item was. Dit was bij de een een groter succes dan bij de ander. We hebben tot nu toe met 4 bewoners gepraat over de objecten. We zagen dat bij sommige spullen er zeker verhalen naar boven kwamen en hebben ook erg kunnen lachen met de bewoners. Een meneer vertelde ons dat hij het erg leuk vond en dat we nog eens langs moesten komen als we meer spullen zouden vinden.

Uitkomst onderzoek

Tijdens het meerendeel van onze activiteiten hebben we gezien hoe waardevol de herinneringen aan vroeger zijn voor deze bewoners. Dat geldt voor zowel de dementerende ouderen in het huis, als voor de andere bewoners. Herinneringen laten de mensen opleven en geven ze een gevoel van zelfvertrouwen. Vooral dat zelfvertrouwen is heel belangrijk bij de groep dementerende ouderen.

                        

Terwijl we de bewoners meenamen in de door ons verzorgde activiteiten, zijn wij geraakt door de mooie verhalen die naar boven kwamen. Deze verhalen kwamen merendeels voort uit warme herinneringen aan vroeger. De activiteit in combinatie met het gesprek was hierbij altijd de trigger die de herinnering deed ophalen.

                        

Onze ogen werden geopend op het moment dat wij dit moment ook bereikten bij de bewoners met dementie. Op de momenten dat wij de activiteiten ook met hen uitvoerden, vonden ook met deze bewoners waardevolle momenten plaats. We zagen met eigen ogen dat bij deze groep emotie belangrijker is geworden dan de waarheid. Konden we hen eerder niet zo makkelijk bereiken als de andere bewoners, werd er tijdens de activiteiten onverwachts, met een grote glimlach op het gezicht, een compleet versje van Toon Hermans opgezegd of werden verhalen van vroeger met ons gedeeld.

                        

Deze momenten zijn belangrijk voor de bewoners, maar ook zeker voor dierbaren van bewoners. Dierbaren verliezen hen bijvoorbeeld langzaam aan dementie, of hebben te maken met bewoners die in de eerste periode misschien hartstikke boos en verdrietig zijn omdat ze niet meer thuis wonen. Samen warme herinneringen ophalen en een mooi gesprek voeren kan dan echt voor verlichting zorgen en inzicht geven in wat er met elkaar allemaal nog mogelijk is.